
In de zomer van 2009 waren we samen met de Pauwkes op het Sfinks festival. Overnachten deden we op de Sfinks camping. We hadden elk een tent, die van de Klepkes en die van de Pauwkes. Het werd donker en na de nodige avondrituelen kropen we onder de wol.
’s Morgens bleek al gauw dat de Pauwkes nachtelijk bezoek hadden gehad. Tal van spullen waren uit de tent verdwenen. Maar wat Tom echt iets deed was het verlies van Wietses Pokemonkaarten. Wietse had de voorbij jaren een collectie aangelegd van dat soort kaarten. Het was de droomwereld waarin hij nu en dan verdwaalde.
Tom en ik besloten om het hier niet bij te laten en tot actie over te gaan. We zouden koste wat het kost de buit terug vinden. Zo geschiedde ... altans ... maar zo vroeg in de ochtend ? Toch maar eerst een koffie. Tom ging voor ons beiden een koffie halen, van Max Havelaar. We dronken onszelf moed en gingen op zoek naar de dieven en – wat voor Tom belangrijker was - naar de buit. Welke vluchtroute is de meest plausibele ? Wat zegt ons onze intuïtie ? Naar de beek ! Als volleerde rechercheurs gingen we op zoek naar sporen ... en wonder boven wonder ... we vonden die ook.
Als snel hadden we een aantal bekende attributen teruggevonden. Die hadden ons geleid naar een tweetal tenten waarin de dieven zich ongetwijfeld moesten schuil houden. Ondertussen kwamen andere gedupeerden zich bij ons vervoegen want de diefstal had zich helaas niet beperkt tot de tent van de Pauwkes. De organisatoren konden niet anders dan de politie erbij halen.
Die kwam even later opdagen en uiteindelijk werden de tenten doorzocht. Alle voorwerpen die uit de Pauwkes tent waren verdwenen kwamen terecht, op een oud rugzakje na. De kaarten van Wietse waren compleet ! Voor Tom was hiermee de kous af. Voor de politie lag dat anders. De verdachten werden meegenomen voor verhoor. En wij ... of wij ons wilden begeven naar het politiekantoor enkele kilometers verder op om een verklaring af te leggen.
De wet is de wet, dus we trokken naar het politiecommissariaat. Na een uurtje wachten was Tom aan de beurt. Een jonge agente stelde het PV op. Om de haverklap onderbrak ze het verhoor en richtte zich naar Tom : “Kennen wij elkaar niet ? Hebben wij elkaar niet eerder ontmoet ?”, vroeg ze. Tom moest haar ontgoochelen. Hij herinnerde zich altans niets.
Toen we later die dag met de kinderen op de festivalweide ronddwaalden kwamen we plots een aantal van de jonge mannen en vrouwen tegen in wiens tent de gestolen voorwerpen waren aangetroffen. Ik maakte me druk : “Wat ? Die gasten nu al terug vrij ?! Die hebben nauwelijks langer op het politiekantoor gezeten dan wij ! ...”.
Tom bleef er opvallend kalm bij. De kaarten van Wietse waren terecht. Dat leek voor hem de essentie. En wat de verdachten betrof : Zij verdienden in zijn ogen een tweede kans, een derde, ... vermoed ik. Zo was Tom, sans rancune.